
Grabbelen, graaien en Schrödingers kat
Afgelopen week was ik op een Fancy Fair op een basisschool. Tijdens mijn rondje her en der geld uitgeven (want daarvoor ben er je tenslotte), liep ik langs een grabbelton “and then it hit me”, zoals ze zeggen.
Beelden van vroeger kwamen boven. Grabbelen was spannend, want je verwachtte geweldige cadeaus. Het is zoiets als Schrödingers kat; zolang je nog staat te kijken is er de betovering dat het te kiezen pakje alles of niks kan zijn. Nou ben ik opgevoed met het idee dat je niet voor het grootste cadeautje moest gaan: Kwaliteit zit immers niet in de kwantiteit.
Na het uitpakken, stelde de inhoud meestal niet veel voor, maar het voelde toch als iets bijzonders om te krijgen. Sommige kinderen mochten vaker grabbelen dan anderen. Dat vond ik toen al onrechtvaardig… en dan had je nog de kinderen aan wie je zo kon zien dat ze het later ver zouden schoppen; die maakten van de grabbelton meteen een graaiton.
Terwijl ik op de Fancy Fair stond te kijken naar de grabbelende en graaiende kinderen, bedacht ik me dat het leven eigenlijk één grote grabbelton blijft:
Grote dromen die meestal niet uitkomen, waarheden die alle kanten uit kunnen zolang ze niet waargenomen worden, graaiers die alles voor zichzelf nemen omdat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit en dan de kleine cadeautjes…
Cadeautjes waar de graaiers meestal achteloos aan voorbij gaan. Terwijl juist die kleine dingen wel eens veel meer waard kunnen zijn omdat ze over betekenis gaan.
Betekenis ontstaat niet vanzelf, het is iets wat je toekent en juist dat proces geeft waarde.
Zouden er al kinderen bij zijn die het weten?



