Inclusie begint bij een plek
Binnen systemisch werken zijn er verschillende basisprincipes die helpen om naar mensen, relaties en organisaties te kijken. Elk principe heeft betekenis en staat niet los van de andere. In deze bijdrage zoom ik in op één daarvan: plek.
Plek gaat over erbij horen. Over de erkenning dat iemand onderdeel is van het geheel. Tegelijk staat een plek nooit op zichzelf. Juist de ordening en de verbinding tussen plekken bepalen hoe een systeem functioneert: welke plek neemt iemand in, hoe verhouden mensen zich tot elkaar en wordt ieders bijdrage gezien?
Vanuit mijn specialisatie in arbeidsmediation onderzoek ik de relatie tussen systemisch werken, arbeidsmediation en duurzame inzetbaarheid. Daarbij valt me op hoe vaak conflicten uiteindelijk over plek gaan.
Een van de uitgangspunten binnen systemisch werken is dat ieder mens die onderdeel is van een systeem, ook (recht op!) een plek binnen dat systeem heeft. Wanneer mensen structureel buiten de groep vallen of niet werkelijk worden erkend in hun plek, raakt niet alleen de persoon zelf uit balans, maar verliest ook het systeem iets.
In het maatschappelijke debat gaat inclusie vaak over afkomst, gender of seksuele oriëntatie. Terecht. Maar inclusie is breder.
Het gaat óók over leeftijd. Over neurodiversiteit. Over mensen die na een burn-out of ziekte terug willen keren. Over mantelzorgers. Over mensen die op basis van één kenmerk al snel worden gezien als “niet passend”, terwijl juist hun perspectief, ervaring of manier van kijken waardevol kan zijn.
Soms krijgt iemand nooit echt een plek binnen een team. Soms is een functie onbewust al ingevuld door de geschiedenis van een voorganger, waardoor een opvolger terechtkomt in verwachtingen, patronen of spanningen die niet van hem of haar zijn. Soms wordt iemand formeel onderdeel van een organisatie, maar wordt de bijdrage niet werkelijk gezien.
En soms raakt iemand zijn plek kwijt zonder dat dit openlijk wordt uitgesproken. De ruimte wordt kleiner, de verbinding vermindert en uiteindelijk lijkt vertrek de enige mogelijkheid.
Veel arbeidsconflicten lijken aan de oppervlakte te gaan over gedrag, communicatie of inhoud. Daaronder liggen vaak andere vragen:
Hoor ik erbij?
Word ik gezien in mijn bijdrage?
Mag ik mijn eigen plek innemen?
Misschien is dát wel een wezenlijke vraag achter inclusie. Niet alleen: welke groepen hebben we vertegenwoordigd? Maar ook: zien we werkelijk de mens achter het kenmerk en creëren we ruimte voor de plek die iemand kan innemen?
Inclusie gaat dan niet over iedereen dezelfde plek geven, maar over erkennen dat ieder mens een eigen plek heeft en dat de verschillende plekken binnen een systeem met elkaar verbonden zijn.




